top of page

Autisme en werk: hoe vind je een passende job?

2 sep
18 minuten om te lezen

Autisme en werk kunnen uitstekend samengaan. Toch is het voor veel mensen met autisme niet vanzelfsprekend om een job te vinden waarin ze zich goed voelen, hun talenten kunnen benutten én hun energie kunnen behouden. Een baan kan op papier perfect lijken, maar in de praktijk toch leiden tot overprikkeling, stress of uitputting. Omgekeerd kan een job die op het eerste gezicht minder voor de hand ligt, juist bijzonder goed aansluiten bij iemands kwaliteiten.


De belangrijkste vraag is daarom niet alleen: “Welke jobs zijn geschikt voor mensen met autisme?” De betere vraag is: “Welke werkomgeving, taken, verwachtingen en omstandigheden passen bij mijn manier van denken, mijn interesses, mijn energie en mijn ondersteuningsbehoeften?”


Dat verschil is belangrijk. Er bestaat namelijk geen universele autisme-job. Mensen met autisme zijn net zo verschillend van elkaar als andere mensen. De ene persoon gedijt bij structuur, routine en zelfstandig werk, terwijl een andere persoon juist energie krijgt van afwisseling, complexe problemen oplossen of samenwerken met anderen.


In dit artikel lees je uitgebreid hoe je een passende job met autisme kunt vinden, welke factoren je moet onderzoeken, welke kwaliteiten op de werkvloer waardevol kunnen zijn, hoe je een vacature beoordeelt, hoe je omgaat met sollicitaties en welke ondersteuning in België beschikbaar is.


Autisme en werk

Wat betekent een passende job voor iemand met autisme?

Een passende job is niet noodzakelijk de job die het beste bij je diploma past. Het is ook niet automatisch de job waarin je het hoogste salaris kunt verdienen of de meeste doorgroeimogelijkheden hebt.

Een passende job is vooral een job waarin verschillende elementen voldoende goed op elkaar aansluiten.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • de inhoud van het werk;

  • je interesses;

  • je sterke kanten;

  • je manier van communiceren;

  • de hoeveelheid sociale contacten;

  • de mate van voorspelbaarheid;

  • de hoeveelheid prikkels;

  • het werktempo;

  • de manier waarop instructies worden gegeven;

  • de mate van zelfstandigheid;

  • de werkuren;

  • de mogelijkheid tot thuiswerk;

  • de fysieke werkomgeving;

  • de relatie met collega's en leidinggevende;

  • de mogelijkheid om ondersteuning of aanpassingen te krijgen;

  • en de hoeveelheid energie die het werk je kost.

Dat betekent dat je bij het zoeken naar werk niet alleen moet kijken naar wat je kunt, maar ook naar onder welke omstandigheden je dat goed kunt.

VDAB benadrukt bijvoorbeeld dat mensen met autisme best zoeken naar werk dat aansluit bij hun sterktes, interesses en ondersteuningsnoden.


Waarom kan autisme en werk soms moeilijk zijn?

Autisme betekent niet dat iemand niet kan werken. Veel mensen met autisme werken succesvol in zeer uiteenlopende sectoren en functies.

De moeilijkheden ontstaan vaak niet uitsluitend door het werk zelf, maar door de combinatie van persoon en werkomgeving.

Een werkomgeving kan bijvoorbeeld veel ongeschreven regels bevatten:

“Je weet toch wat ik bedoel?”
“Doe dit even tussendoor.”
“We bekijken morgen wel hoe we het aanpakken.”
“Je moet wat flexibeler zijn.”

Voor iemand die behoefte heeft aan duidelijke communicatie, voorspelbaarheid en concrete verwachtingen kunnen dergelijke situaties extra belastend zijn.

Daarnaast kunnen zintuiglijke prikkels een belangrijke rol spelen. Denk aan:

  • telefoons die voortdurend rinkelen;

  • pratende collega's;

  • achtergrondmuziek;

  • felle verlichting;

  • drukke kantoorruimtes;

  • onverwachte bezoekers;

  • veel beweging rondom de werkplek;

  • geuren;

  • vergaderingen;

  • voortdurende onderbrekingen.

Wanneer iemand iedere dag veel energie moet gebruiken om dergelijke prikkels en sociale situaties te verwerken, blijft er minder energie over voor de eigenlijke job.

Daarom is de vraag “Kan iemand met autisme dit werk?” eigenlijk te eenvoudig.

Een betere vraag is:

“Kan deze persoon dit werk uitvoeren binnen deze specifieke werkomgeving en met deze specifieke verwachtingen?”


Autisme is een spectrum: er bestaat niet één ideale job

Een van de belangrijkste uitgangspunten bij autisme en werk is dat autisme zich bij iedereen anders uit.

De ene persoon heeft vooral behoefte aan:

  • duidelijke structuur;

  • vaste werktijden;

  • weinig sociale contacten;

  • een rustige omgeving;

  • voorspelbare taken.

Een andere persoon heeft misschien juist behoefte aan:

  • intellectuele uitdaging;

  • complexe problemen;

  • afwisseling;

  • zelfstandigheid;

  • ruimte voor eigen initiatief.

Ook ondersteuningsbehoeften verschillen sterk.

Daarom is het onverstandig om te zeggen:

“Mensen met autisme zijn geschikt voor IT.”

Of:

“Mensen met autisme moeten vooral alleen werken.”

Of:

“Een job met veel klanten is niets voor iemand met autisme.”

Dat zijn generalisaties.

De Nederlandse Vereniging voor Autisme benadrukt eveneens dat mensen met autisme in allerlei sectoren werken en dat er geen bepaald soort werk bestaat dat per definitie bij autisme hoort.


Begin niet met vacatures, maar met jezelf

Een veelgemaakte fout bij het zoeken naar werk is onmiddellijk vacatures openen.

Je zoekt bijvoorbeeld op:

“vacatures autisme”

of:

“geschikte jobs voor mensen met autisme”

Maar daarmee vertrek je vaak vanuit het aanbod van werkgevers.

Een betere aanpak is om eerst je eigen werkprofiel te maken.

Dat werkprofiel bestaat uit vijf belangrijke onderdelen:

  1. Wat kan ik goed?

  2. Wat vind ik interessant?

  3. Wat kost mij veel energie?

  4. Welke omstandigheden heb ik nodig?

  5. Welke omstandigheden moet ik zoveel mogelijk vermijden?

Pas daarna ga je op zoek naar functies die daarbij passen.


Stap 1: Breng je sterke kanten in kaart

Autisme wordt in gesprekken over werk vaak vooral gekoppeld aan moeilijkheden. Dat is jammer, want veel mensen met autisme beschikken over kwaliteiten die op de werkvloer waardevol kunnen zijn.

Onderzoek naar de werkgerelateerde sterktes van autistische mensen beschrijft onder andere eigenschappen zoals focus, geheugen, creativiteit, efficiëntie, eerlijkheid en toewijding.

Mogelijke kwaliteiten zijn bijvoorbeeld:


Sterke concentratie

Sommige mensen met autisme kunnen langdurig geconcentreerd met één onderwerp of taak bezig zijn.

Dat kan interessant zijn voor functies waarin diepgaande concentratie nodig is.

Bijvoorbeeld:

  • programmeren;

  • administratie;

  • data-analyse;

  • onderzoek;

  • kwaliteitscontrole;

  • technisch tekenwerk;

  • archivering;

  • boekhouding;

  • documentatie.


Oog voor detail

Een sterk oog voor details kan bijzonder waardevol zijn.

Je merkt misschien fouten op die anderen gemakkelijk missen.

Dat kan belangrijk zijn bij:

  • kwaliteitscontrole;

  • administratie;

  • softwaretesting;

  • technische controle;

  • gegevensverwerking;

  • redactie;

  • laboratoriumwerk;

  • financiële administratie.


Analytisch denken

Sommige mensen met autisme zijn sterk in het analyseren van informatie, het herkennen van patronen en het logisch oplossen van problemen.

Dat kan aansluiten bij:

  • IT;

  • techniek;

  • wetenschap;

  • data;

  • financiële analyse;

  • logistiek;

  • procesoptimalisatie;

  • onderzoek.


Nauwkeurigheid

Wanneer een functie vraagt om zorgvuldig en systematisch werken, kan nauwkeurigheid een grote meerwaarde zijn.


Eerlijkheid en directheid

Veel mensen met autisme hechten sterk aan eerlijkheid en duidelijkheid.

In de juiste werkomgeving kan dat een belangrijke kwaliteit zijn.


Sterke interesse in specifieke onderwerpen

Een sterke interesse hoeft geen nadeel te zijn.

Wanneer je die interesse kunt koppelen aan een beroep, kan ze juist een belangrijke motor zijn voor motivatie en deskundigheid.


Stap 2: Kijk niet alleen naar je talenten, maar ook naar je ondersteuningsbehoeften

Dit is misschien wel een van de belangrijkste stappen.

Stel dat je uitstekend kunt programmeren.

Dat betekent nog niet automatisch dat iedere programmeerjob geschikt is.

Misschien functioneer je uitstekend wanneer je:

  • meerdere uren geconcentreerd kunt werken;

  • duidelijke opdrachten krijgt;

  • zelfstandig kunt werken;

  • weinig onderbrekingen hebt;

  • thuis kunt werken.

Maar misschien raak je uitgeput wanneer je:

  • voortdurend vergaderingen hebt;

  • iedere dag naar een druk kantoor moet;

  • voortdurend moet schakelen;

  • onverwachte telefoons krijgt;

  • regelmatig presentaties moet geven.

Dan ligt het probleem niet noodzakelijk bij programmeren.

Het kan zijn dat de specifieke werkomgeving niet bij jou past.

Daarom moet je twee vragen afzonderlijk beantwoorden:


Vraag 1

Welke taken kan ik goed uitvoeren?


Vraag 2

Onder welke omstandigheden kan ik die taken goed uitvoeren?

Die tweede vraag wordt vaak vergeten.


Stap 3: Onderzoek welke werkomstandigheden jou helpen

Maak bijvoorbeeld een tabel met twee kolommen.

Dit helpt mij

Dit maakt werken moeilijker

Duidelijke instructies

Vage opdrachten

Vaste planning

Voortdurende veranderingen

Rustige werkplek

Veel lawaai

Schriftelijke informatie

Alleen mondelinge instructies

Voorbereidingstijd

Onverwachte opdrachten

Eén taak tegelijk

Veel multitasking

Thuiswerk

Drukke kantooromgeving

Vaste contactpersoon

Veel verschillende aanspreekpunten

Voorspelbare uren

Wisselende werkuren

Zelfstandig werken

Permanente sociale interactie

Zo ontstaat langzaam een persoonlijk werkprofiel.

Dat profiel is veel waardevoller dan een algemene lijst met “goede jobs voor autisme”.


Stap 4: Ontdek hoeveel sociale interactie bij jou past

Een van de grootste misverstanden over autisme en werk is dat iemand met autisme automatisch een baan zonder mensen nodig heeft.

Dat klopt niet.

Er zijn mensen met autisme die graag samenwerken.

Er zijn mensen die graag klanten helpen.

Er zijn mensen die graag lesgeven.

Er zijn mensen die graag in een team werken.

En er zijn mensen die het liefst grotendeels zelfstandig werken.

De belangrijke vraag is daarom niet:

“Wil ik met mensen werken?”

Maar:

“Welke vorm van sociale interactie past bij mij?”

Er is namelijk een groot verschil tussen:

  • één-op-één gesprekken;

  • telefonische gesprekken;

  • vergaderingen;

  • presenteren;

  • klantencontact;

  • schriftelijke communicatie;

  • samenwerken met een klein team;

  • werken in een grote groep;

  • voortdurend onverwachte contacten.

Misschien vind je één-op-één contact prettig, maar vergaderingen uitputtend.

Of misschien vind je schriftelijk contact prettig, maar telefoneren moeilijk.

Dat verschil is belangrijk bij het beoordelen van vacatures.


Stap 5: Onderzoek je prikkelgevoeligheid

Een job kan inhoudelijk perfect bij je passen en toch ongeschikt zijn vanwege de omgeving.

Daarom is het belangrijk om na te denken over sensorische prikkels.

Vraag jezelf af:

  • Hoe reageer ik op lawaai?

  • Kan ik werken met achtergrondgesprekken?

  • Hoe gevoelig ben ik voor licht?

  • Hoe reageer ik op drukke ruimtes?

  • Zijn geuren een probleem?

  • Kan ik mij concentreren wanneer mensen rondom mij bewegen?

  • Heb ik behoefte aan een rustige pauze?

  • Hoeveel prikkels kan ik gedurende een werkdag verwerken?

Een rustige werkplek kan voor sommige werknemers met autisme een groot verschil maken.

Mogelijke oplossingen zijn bijvoorbeeld:

  • een rustige werkplek;

  • een aparte ruimte;

  • een koptelefoon;

  • minder visuele afleiding;

  • vaste pauzemomenten;

  • thuiswerken;

  • hybride werken.

Ook Participate autisme noemt onder andere duidelijke afspraken, voorspelbare planning, vaste rustmomenten en een prikkelarme werkplek als mogelijke aanpassingen.


Stap 6: Bepaal hoeveel voorspelbaarheid je nodig hebt

Voor sommige mensen met autisme is voorspelbaarheid belangrijk.

Dat betekent niet noodzakelijk dat iedere dag exact hetzelfde moet verlopen.

Er is een verschil tussen:

afwisseling binnen een duidelijke structuur

en

voortdurende onverwachte verandering.

Je kunt bijvoorbeeld prima verschillende taken uitvoeren zolang je vooraf weet wat er moet gebeuren.

Vraag jezelf daarom af:

  • Hoe reageer ik op veranderingen?

  • Kan ik omgaan met onverwachte opdrachten?

  • Hoeveel planning heb ik nodig?

  • Wil ik vaste werktijden?

  • Hoe belangrijk is een vast werkschema?

  • Hoe snel kan ik schakelen?

  • Heb ik tijd nodig om mij op veranderingen voor te bereiden?

Dit helpt je om vacatures beter te beoordelen.


Welke jobs kunnen bij autisme passen?

Er bestaat geen universele lijst van geschikte beroepen voor mensen met autisme. Toch kunnen bepaalde soorten werkzaamheden interessant zijn wanneer ze aansluiten bij iemands persoonlijke kwaliteiten en ondersteuningsbehoeften.

Denk bijvoorbeeld aan:


Administratieve functies

Administratieve jobs kunnen interessant zijn wanneer je houdt van:

  • structuur;

  • gegevens verwerken;

  • nauwkeurig werken;

  • overzicht;

  • vaste procedures.

Voorbeelden zijn:

  • administratief medewerker;

  • dossierbeheerder;

  • gegevensverwerker;

  • documentbeheerder;

  • archiefmedewerker.

Maar ook hier geldt: een druk onthaal met voortdurend telefoons beantwoorden is iets totaal anders dan een rustige administratieve backofficefunctie.


IT en software

IT wordt vaak genoemd in verband met autisme.

Mogelijke functies zijn:

  • softwareontwikkelaar;

  • tester;

  • data-analist;

  • systeembeheerder;

  • technisch supportmedewerker;

  • cybersecuritymedewerker;

  • databasebeheerder.

Maar opnieuw: niet iedere IT-job is hetzelfde.

Een softwareontwikkelaar die vrijwel uitsluitend zelfstandig codeert, heeft een andere werkcontext dan een consultant die de helft van zijn tijd bij klanten doorbrengt.


Technische beroepen

Technische functies kunnen interessant zijn voor mensen die graag:

  • problemen oplossen;

  • systemen begrijpen;

  • praktisch werken;

  • nauwkeurig werken;

  • met machines of technologie werken.

Voorbeelden kunnen zijn:

  • technisch tekenaar;

  • onderhoudstechnicus;

  • technicus;

  • kwaliteitscontroleur;

  • elektrotechnisch medewerker;

  • CNC-operator.

De ideale functie hangt uiteraard af van opleiding, vaardigheden en interesses.


Creatieve beroepen

Autisme sluit creativiteit absoluut niet uit.

Mogelijke richtingen zijn:

  • grafisch ontwerp;

  • fotografie;

  • illustratie;

  • video;

  • schrijven;

  • animatie;

  • webdesign;

  • muziekproductie.

Hierbij kan vooral de mate van zelfstandigheid en klantcontact bepalend zijn.


Onderzoek en analyse

Voor mensen die graag diep in onderwerpen duiken, kunnen onderzoeks- en analysefuncties interessant zijn.

Denk aan:

  • onderzoek;

  • data-analyse;

  • wetenschappelijke ondersteuning;

  • marktonderzoek;

  • kwaliteitsanalyse;

  • informatiebeheer.


Logistiek

Logistieke functies kunnen aantrekkelijk zijn voor mensen die graag praktisch en gestructureerd werken.

Bijvoorbeeld:

  • magazijnmedewerker;

  • voorraadbeheer;

  • orderverwerking;

  • logistieke administratie;

  • planning.

Hierbij moet je wel rekening houden met zaken zoals lawaai, ploegendiensten, tijdsdruk en fysieke belasting.


Zorg en begeleiding

Ook de zorg kan een passende werkomgeving zijn.

Mensen met autisme werken in uiteenlopende sectoren; het is dus niet terecht om autisme uitsluitend te verbinden met technische of IT-functies.

Mogelijke functies zijn bijvoorbeeld:

  • begeleider;

  • administratieve medewerker in de zorg;

  • logistieke medewerker;

  • ondersteunende functies;

  • gespecialiseerde functies waarin specifieke kennis belangrijk is.

Of dit passend is, hangt sterk af van de persoon.


De beste job is niet altijd de job waarin je het beste bent

Dit is een belangrijk onderscheid.

Stel dat je heel goed bent in presenteren.

Dan betekent dat niet automatisch dat je een baan moet zoeken waarin je voortdurend presenteert.

Misschien kun je iets uitstekend, maar kost het je enorm veel energie.

Daarom moet je drie zaken naast elkaar leggen:


1. Competentie

Kan ik dit?


2. Interesse

Wil ik dit?


3. Belastbaarheid

Kan ik dit langdurig volhouden?

Een job die op alle drie goed scoort, heeft vaak een grotere kans om duurzaam te zijn.


Kijk naar energie, niet alleen naar prestaties

Iemand kan op het werk uitstekend functioneren en toch iedere avond volledig uitgeput thuiskomen.

Dat is een belangrijk signaal.

Misschien lukt de job technisch gezien uitstekend.

Maar als je daarvoor voortdurend:

  • sociale situaties moet compenseren;

  • je gedrag moet aanpassen;

  • prikkels moet verdragen;

  • onzekerheid moet onderdrukken;

  • voortdurend moet schakelen;

kan de totale belasting te hoog worden.

Daarom is de vraag:

“Kan ik deze job?”

niet voldoende.

Vraag ook:

“Hoeveel energie kost deze job mij?”

En nog belangrijker:

“Kan ik dit vijf dagen per week blijven doen?”


Wat is masking en waarom kan het relevant zijn op het werk?

Sommige mensen met autisme passen hun gedrag sterk aan om aan sociale verwachtingen te voldoen.

Dit wordt vaak aangeduid als masking of camoufleren.

Op het werk kan iemand bijvoorbeeld voortdurend proberen:

  • oogcontact te maken;

  • sociale signalen te interpreteren;

  • spontaan te reageren;

  • te lachen wanneer dat verwacht wordt;

  • gesprekken te voeren tijdens pauzes;

  • mee te doen aan informele activiteiten;

  • te doen alsof onverwachte veranderingen geen probleem zijn.

Van buitenaf lijkt alles misschien prima.

Maar de inspanning kan groot zijn.

Daarom is een werkplek waar je jezelf zoveel mogelijk kunt zijn vaak belangrijker dan een werkgever die alleen kijkt naar prestaties.


Hoe herken je een goede vacature?

Wanneer je een vacature leest, kijk dan verder dan de functietitel.

Een vacature kan bijvoorbeeld zeggen:

“Je bent flexibel en stressbestendig.”

Dat kan betekenen dat de functie regelmatig onverwachte situaties kent.

Een andere vacature zegt:

“Je werkt zelfstandig volgens duidelijke procedures.”

Dat kan voor iemand met behoefte aan structuur veel interessanter zijn.

Let daarom op woorden zoals:


Mogelijk positief

  • gestructureerd;

  • zelfstandig;

  • duidelijke procedures;

  • vaste werktijden;

  • nauwkeurig;

  • analytisch;

  • kwaliteitsgericht;

  • zelfstandig verantwoordelijk;

  • duidelijke planning.


Mogelijk aandachtspunt

  • zeer dynamische omgeving;

  • geen enkele dag is hetzelfde;

  • sterk wisselende prioriteiten;

  • multitasken;

  • stressbestendig;

  • voortdurend klantencontact;

  • commerciële drive;

  • flexibel inzetbaar;

  • snel schakelen;

  • werken onder hoge tijdsdruk.

Dit betekent niet dat woorden uit de tweede lijst automatisch betekenen dat je de job niet kunt doen.

Ze zijn vooral signalen om verder te onderzoeken.


Stel tijdens een sollicitatiegesprek de juiste vragen

Een sollicitatiegesprek is geen eenrichtingsverkeer.

De werkgever onderzoekt of jij bij de organisatie past.

Maar jij onderzoekt ook of de organisatie bij jou past.

Vraag bijvoorbeeld:


Over de werkdag

  • Hoe ziet een gemiddelde werkdag eruit?

  • Welke taken komen het vaakst terug?

  • Hoeveel afwisseling is er?

  • Hoe vaak veranderen prioriteiten?


Over communicatie

  • Hoe worden opdrachten meestal gegeven?

  • Werken jullie vooral mondeling of schriftelijk?

  • Hoe verloopt feedback?


Over de werkomgeving

  • Werk ik op een vaste plaats?

  • Is er een rustige werkplek?

  • Hoe groot is het team?

  • Is thuiswerken mogelijk?


Over werktijden

  • Zijn de uren vast?

  • Hoe vaak wordt overwerk verwacht?

  • Zijn er ploegendiensten?


Over samenwerking

  • Hoeveel vergaderingen zijn er?

  • Hoeveel klantencontact is er?

  • Hoe groot is het team?

Deze vragen geven vaak veel meer informatie dan de functietitel.


Moet je tijdens een sollicitatie vertellen dat je autisme hebt?

Nee, er bestaat geen universele verplichting om je autisme tijdens een sollicitatie te vermelden.

VDAB vermeldt dat je niet verplicht bent om te vertellen dat je autisme hebt wanneer je solliciteert. Je kunt er wel voor kiezen om het te bespreken, bijvoorbeeld wanneer je ondersteuning of bepaalde aanpassingen nodig hebt.

Ook Participate autisme benadrukt dat er geen juiste of verkeerde keuze bestaat: sommige mensen vertellen het, anderen benoemen alleen hun ondersteuningsnoden.

De keuze kan dus persoonlijk zijn.


Wanneer kan openheid over autisme juist helpen?

Openheid kan nuttig zijn wanneer je bepaalde ondersteuning nodig hebt.

Stel bijvoorbeeld dat je goed functioneert, maar behoefte hebt aan:

  • schriftelijke instructies;

  • een rustige werkplek;

  • duidelijke planning;

  • voorspelbare werktijden;

  • extra tijd om een nieuwe taak aan te leren;

  • een vaste contactpersoon.

Dan kan het bespreekbaar maken van je ondersteuningsbehoeften ervoor zorgen dat werkgever en werknemer sneller tot praktische oplossingen komen.

Je hoeft daarbij niet noodzakelijk een lang verhaal over autisme te vertellen.

Je kunt het concreet houden:

“Ik werk het beste wanneer afspraken duidelijk en bij voorkeur schriftelijk worden vastgelegd.”

Of:

“Ik functioneer goed in een rustige omgeving. Daardoor kan ik mij beter concentreren en nauwkeuriger werken.”

Dat maakt de behoefte concreet zonder dat het gesprek uitsluitend over een diagnose hoeft te gaan.


Hoe vertel je over autisme tijdens een sollicitatie?

Wanneer je ervoor kiest om je autisme te benoemen, kan het helpen om drie onderdelen te combineren:


1. Benoem je kwaliteit

Bijvoorbeeld:

“Ik werk heel nauwkeurig en kan mij langdurig concentreren.”


2. Benoem een aandachtspunt

“Veel onverwachte veranderingen kunnen voor mij lastig zijn.”


3. Benoem een oplossing

“Wanneer prioriteiten duidelijk worden aangegeven, kan ik daar goed mee omgaan.”

Zo wordt het gesprek niet:

“Dit is wat ik allemaal moeilijk vind.”

maar:

“Dit is hoe ik optimaal functioneer.”


Denk in oplossingen in plaats van beperkingen

Een goede manier om over autisme op het werk te praten is:

Situatie → effect → oplossing

Bijvoorbeeld:

Situatie: onverwachte veranderingen.

Effect: het kost mij extra tijd om opnieuw overzicht te krijgen.

Oplossing: wanneer wijzigingen vooraf worden aangekondigd of kort schriftelijk worden samengevat, kan ik snel opnieuw structureren.

Dat is voor een werkgever veel bruikbaarder dan alleen zeggen:

“Ik kan niet goed tegen veranderingen.”


Welke aanpassingen kunnen helpen op het werk?

Er bestaat geen standaardpakket voor werknemers met autisme.

Aanpassingen moeten aansluiten bij de persoon en de functie.

Mogelijke voorbeelden zijn:

  • duidelijke schriftelijke instructies;

  • een voorspelbare planning;

  • een vaste werkplek;

  • een rustige werkplek;

  • een koptelefoon;

  • minder onnodige onderbrekingen;

  • een vaste contactpersoon;

  • duidelijke afspraken over prioriteiten;

  • extra tijd bij het aanleren van nieuwe taken;

  • vaste pauzemomenten;

  • hybride werken;

  • thuiswerken;

  • aangepaste communicatie;

  • duidelijke feedback.

In België hebben personen met een handicap recht op redelijke aanpassingen op het werk, binnen de wettelijke voorwaarden.

De Europese Commissie beschrijft eveneens redelijke aanpassingen als een belangrijk instrument om mensen met een beperking volwaardig te laten deelnemen aan het arbeidsleven.


Werken vanuit huis: oplossing of valkuil?

Thuiswerken kan voor sommige mensen met autisme bijzonder prettig zijn.

Voordelen kunnen zijn:

  • minder prikkels;

  • geen woon-werkdrukte;

  • minder onverwachte sociale interacties;

  • meer controle over de omgeving;

  • gemakkelijker geconcentreerd werken.

Maar thuiswerken is niet automatisch ideaal.

Sommige mensen hebben juist behoefte aan:

  • structuur;

  • sociale contacten;

  • een duidelijke scheiding tussen werk en privé;

  • collega's om vragen aan te stellen.

Daarom kan hybride werken een interessante middenweg zijn.

Een combinatie van thuis en kantoor kan bijvoorbeeld betekenen:

thuis: geconcentreerd werken;

kantoor: samenwerken en sociaal contact.

Een voorbeeld uit de Vlaamse overheid illustreert hoe een combinatie van thuis- en kantoorwerk voor een werknemer met autisme een goede match kan zijn.


Zoek niet alleen naar een job, maar naar een goede werkgever

Een passende functie bij een slechte werkgever kan alsnog een slechte match zijn.

Daarom is de werkgever minstens zo belangrijk als de functie.

Een goede werkgever hoeft niet alles over autisme te weten.

Belangrijker is vaak dat de werkgever:

  • bereid is te luisteren;

  • duidelijke verwachtingen kan formuleren;

  • openstaat voor redelijke aanpassingen;

  • feedback concreet geeft;

  • respectvol communiceert;

  • kwaliteiten ziet;

  • niet iedere afwijking van de norm als een probleem beschouwt.

Een organisatie met een goede neurodiversiteitscultuur kan voor sommige werknemers een groot verschil maken.


Kijk naar je leidinggevende

De directe leidinggevende kan enorm bepalend zijn.

Een goede leidinggevende kan bijvoorbeeld zeggen:

“Dit is de opdracht. Dit is de deadline. Dit zijn de prioriteiten. Als er iets verandert, laat ik het weten.”

Dat kan veel duidelijkheid geven.

Een andere leidinggevende zegt misschien:

“Je weet wel wat er moet gebeuren.”

Voor iemand die moeite heeft met impliciete verwachtingen kan dat veel onduidelijkheid veroorzaken.

Tijdens een sollicitatie kun je daarom ook proberen te ontdekken hoe de leidinggevende communiceert.


Gebruik stages of werkervaring om jezelf te leren kennen

Je hoeft niet altijd onmiddellijk de perfecte job te vinden.

Een stage, tijdelijke opdracht, opleiding of werkervaring kan helpen om te ontdekken:

  • welke taken je leuk vindt;

  • welke omgeving bij je past;

  • hoeveel sociale contacten je aankunt;

  • hoeveel prikkels je verdraagt;

  • welk werktempo bij je past;

  • welke ondersteuning werkt.

VDAB verwijst onder meer naar begeleiding, opleiding en mogelijkheden om via praktijkervaring beter te ontdekken welk werk aansluit bij iemands sterktes en noden.


Wat als je nog helemaal niet weet welke job bij je past?

Dat is helemaal niet vreemd.

Begin dan niet met functietitels.

Begin met activiteiten.

Maak drie lijsten.


Lijst 1: Dit vind ik interessant

Bijvoorbeeld:

  • computers;

  • dieren;

  • auto's;

  • cijfers;

  • schrijven;

  • natuur;

  • geschiedenis;

  • muziek;

  • techniek;

  • tekenen;

  • koken;

  • wetenschap.


Lijst 2: Dit kan ik goed

Bijvoorbeeld:

  • problemen oplossen;

  • ordenen;

  • schrijven;

  • analyseren;

  • controleren;

  • onthouden;

  • plannen;

  • computers gebruiken;

  • nauwkeurig werken.


Lijst 3: Dit kost mij veel energie

Bijvoorbeeld:

  • telefoneren;

  • grote groepen;

  • lawaai;

  • onverwachte veranderingen;

  • multitasken;

  • presenteren;

  • lange vergaderingen;

  • voortdurende klantencontacten.


Daarna zoek je naar combinaties.

Bijvoorbeeld:

interesse: computerssterkte: problemen oplossenenergie: veel sociale contacten kosten energie

Mogelijke richtingen:

  • softwaretesting;

  • data;

  • development;

  • technische ondersteuning;

  • systeembeheer.

Dit zijn geen automatische adviezen, maar startpunten voor verder onderzoek.


Een handige formule om een passende job te zoeken

Je kunt je zoektocht samenvatten met deze formule:

INTERESSE + TALENT + WERKOMGEVING + ENERGIE + ONDERSTEUNING = PASSENDE JOB

Een job scoort pas echt goed wanneer meerdere onderdelen kloppen.

Bijvoorbeeld:


Job A

  • Interesse: 9/10

  • Talent: 9/10

  • Werkomgeving: 3/10

  • Energie: 2/10

  • Ondersteuning: 4/10

Op papier lijkt dit een geweldige job.

In de praktijk kan het een slechte keuze zijn.


Job B

  • Interesse: 7/10

  • Talent: 8/10

  • Werkomgeving: 9/10

  • Energie: 8/10

  • Ondersteuning: 9/10

Job B lijkt misschien minder spannend.

Maar kan op lange termijn veel beter passen.

Duurzaamheid is belangrijker dan alleen enthousiasme.


Hoe weet je of een job op lange termijn haalbaar is?

Stel jezelf vóór je een job aanneemt de volgende vragen:


Inhoud

  • Vind ik de taken interessant genoeg?

  • Kan ik mijn sterke kanten gebruiken?

  • Begrijp ik wat er van mij verwacht wordt?


Prikkels

  • Kan ik omgaan met de omgeving?

  • Is er voldoende rust?

  • Hoeveel geluid is er?


Sociale belasting

  • Hoeveel contact met collega's is er?

  • Hoeveel klantencontact?

  • Hoeveel vergaderingen?


Voorspelbaarheid

  • Hoe vaak veranderen plannen?

  • Zijn deadlines duidelijk?

  • Weet ik vooraf wat er van mij verwacht wordt?


Energie

  • Hoe voel ik mij na een werkdag?

  • Heb ik 's avonds nog energie?

  • Kan ik voldoende herstellen?


Ondersteuning

  • Kan ik hulp vragen?

  • Staat de werkgever open voor aanpassingen?

  • Is er een vaste contactpersoon?

Wanneer je op meerdere onderdelen “nee” antwoordt, is het verstandig om verder te onderzoeken of de job echt bij je past.


Wat als werken steeds mislukt?

Wanneer verschillende jobs achter elkaar mislukken, kan het verleidelijk zijn om te concluderen:

“Ik ben gewoon niet geschikt om te werken.”

Dat hoeft helemaal niet de juiste conclusie te zijn.

Het kan ook betekenen dat er telkens een verkeerde match was tussen:

  • persoon;

  • job;

  • werkgever;

  • omgeving;

  • werktempo;

  • verwachtingen;

  • ondersteuning.

Kijk daarom terug naar eerdere ervaringen.

Maak bijvoorbeeld een werkautopsie.

Schrijf per vorige job op:

Wat ging goed?

Wat ging slecht?

Wanneer begon de stress?

Welke taken vond ik leuk?

Welke taken vond ik moeilijk?

Welke prikkels waren belastend?

Hoe was de communicatie?

Hoe was de leidinggevende?

Hoeveel sociale contacten waren er?

Wat had mij kunnen helpen?

Na twee of drie eerdere werkervaringen kunnen patronen zichtbaar worden.

Misschien blijkt bijvoorbeeld dat de inhoud van het werk nooit het grootste probleem was.

Misschien was het telkens:

onduidelijke communicatie + open kantoorruimte + veel onverwachte veranderingen.

Dat is belangrijke informatie voor je volgende zoektocht.


Ondersteuning bij het vinden en behouden van werk in Vlaanderen

Wanneer je in Vlaanderen woont en autisme een invloed heeft op het vinden of behouden van werk, kun je ondersteuning zoeken.

VDAB kan onder meer helpen bij:

  • beroepsoriëntatie;

  • werk zoeken;

  • opleidingen;

  • sollicitaties;

  • ondersteuning op de werkvloer.

Daarnaast bestaan er in Vlaanderen vormen van tewerkstellingsondersteuning, waaronder Individueel Maatwerk.

Bij een erkende arbeidsbeperking kan onder bepaalde voorwaarden ondersteuning beschikbaar zijn voor de werknemer en/of werkgever. Vlaanderen.be beschrijft onder meer tegemoetkomingen en vormen van ondersteuning binnen het gewone arbeidscircuit en de sociale economie.

De concrete voorwaarden en mogelijkheden kunnen veranderen. Het is daarom verstandig om de actuele voorwaarden rechtstreeks bij VDAB te controleren.


Wat is Individueel Maatwerk?

Individueel Maatwerk kan ondersteuning bieden wanneer een werknemer met een arbeidsbeperking extra ondersteuning nodig heeft op de werkvloer.

Het doel is onder andere om de bijkomende kosten, begeleidingsnoden of lagere productiviteit die met een arbeidsbeperking kunnen samenhangen, gedeeltelijk te compenseren.

Voor iemand met autisme kan dit relevant zijn wanneer bijvoorbeeld extra begeleiding of ondersteuning nodig is om een job duurzaam uit te voeren.

Het is belangrijk om niet zelf te veronderstellen dat je hiervoor in aanmerking komt. VDAB beoordeelt de voorwaarden.


Wat als een gewone job niet haalbaar is?

Niet iedereen kan op ieder moment in een reguliere werkomgeving functioneren.

Dat kan tijdelijk zijn, bijvoorbeeld na een periode van overbelasting.

Maar het kan ook langdurig zijn.

Ook dan betekent dit niet dat iemand geen mogelijkheden heeft.

In Vlaanderen bestaan verschillende vormen van ondersteuning en alternatieven, waaronder mogelijkheden binnen de sociale economie en vormen van begeleid werken.

Het doel zou altijd moeten zijn om te zoeken naar een vorm van werk of arbeidsmatige activiteit die aansluit bij de mogelijkheden, ondersteuningsbehoeften en levenssituatie van de persoon.


Een stappenplan: zo zoek je een passende job met autisme

Wil je praktisch aan de slag?

Volg dan dit stappenplan.


Stap 1 — Maak een lijst van je interesses

Schrijf minimaal tien onderwerpen op waarin je geïnteresseerd bent.


Stap 2 — Maak een lijst van je kwaliteiten

Vraag eventueel aan mensen die je goed kennen:

“Waar ben ik volgens jou opvallend goed in?”


Stap 3 — Maak een lijst van je energielekken

Noteer alles wat je veel energie kost.


Stap 4 — Bepaal je ideale werkomgeving

Denk aan:

  • rustig/druk;

  • kantoor/thuis;

  • alleen/team;

  • vast/flexibel;

  • voorspelbaar/afwisselend.


Stap 5 — Kies vijf mogelijke beroepsrichtingen

Niet vijf concrete vacatures, maar vijf richtingen.


Stap 6 — Bekijk echte vacatures

Analyseer vervolgens wat werkgevers daadwerkelijk vragen.


Stap 7 — Onderzoek de werkomgeving

Probeer niet alleen de functiebeschrijving te lezen, maar ook informatie over de organisatie te vinden.


Stap 8 — Bereid vragen voor

Gebruik het sollicitatiegesprek om te onderzoeken of de job bij jou past.


Stap 9 — Denk na over ondersteuning

Bepaal vooraf welke omstandigheden jou helpen.


Stap 10 — Evalueer de match

Geef de job bijvoorbeeld een score van 1 tot 10 op:

  • interesse;

  • talent;

  • prikkels;

  • sociale belasting;

  • voorspelbaarheid;

  • energie;

  • leidinggevende;

  • ondersteuning.

Zo maak je je beslissing concreter.


Een voorbeeld van een persoonlijk werkprofiel

Een werkzoekende met autisme zou bijvoorbeeld het volgende profiel kunnen hebben:

Sterktes

  • zeer nauwkeurig;

  • analytisch;

  • sterk geheugen;

  • zelfstandig;

  • goed in patroonherkenning.

Interesses

  • computers;

  • data;

  • technologie.

Moeilijkheden

  • onverwachte telefoons;

  • lawaai;

  • veel vergaderingen;

  • voortdurend schakelen.

Ideale omgeving

  • rustige werkplek;

  • duidelijke opdrachten;

  • schriftelijke communicatie;

  • zelfstandig werken;

  • beperkte vergaderdruk.

Ondersteuningsbehoeften

  • duidelijke prioriteiten;

  • voorspelbare planning;

  • mogelijkheid om geconcentreerd te werken;

  • duidelijke feedback.

Wanneer deze persoon een vacature ziet voor een functie als data-analist, kan die vacature veel interessanter worden.

Maar een IT-consultancyfunctie met voortdurend klantencontact, reizen en onverwachte wijzigingen is misschien een veel minder goede match.

De sector is dus niet doorslaggevend. De concrete jobcontext wel.


De grootste fout bij autisme en werk: jezelf aanpassen tot je erbij past

Een job zoeken betekent niet dat jij jezelf volledig moet aanpassen aan de arbeidsmarkt.

Natuurlijk zal iedere werknemer zich moeten aanpassen aan een organisatie.

Maar een duurzame arbeidsrelatie is geen situatie waarin één persoon zich voortdurend moet aanpassen.

De werkgever kan óók aanpassen.

Dat betekent niet dat iedere werkgever alles moet kunnen organiseren.

Wel dat er ruimte moet zijn om samen te onderzoeken:

“Wat hebben we nodig om deze persoon goed te laten functioneren?”

Redelijke aanpassingen zijn daar een belangrijk onderdeel van.


Autisme en werk: focus op duurzame inzetbaarheid

Een baan vinden is één ding.

Een baan behouden is iets anders.

Daarom moet je niet alleen zoeken naar:

“Hoe krijg ik deze job?”

maar ook naar:

“Hoe zorg ik ervoor dat deze job over zes maanden nog haalbaar is?”

Dat betekent aandacht hebben voor:

  • energie;

  • herstel;

  • werkdruk;

  • prikkels;

  • communicatie;

  • grenzen;

  • verwachtingen;

  • ondersteuning.

Wanneer je merkt dat je structureel uitgeput raakt, is dat geen teken dat je harder moet proberen.

Het is een signaal om te onderzoeken wat er aangepast moet worden.


Tot slot: de perfecte job bestaat misschien niet, maar een betere match wel

De zoektocht naar werk met autisme draait uiteindelijk niet om het vinden van één magische job die voor iedereen met autisme geschikt is.

De sleutel is zelfkennis.

Weet wat je goed kunt.

Weet wat je interessant vindt.

Weet wat je energie geeft.

Maar minstens even belangrijk:

weet wat je energie kost.

Onderzoek welke werkomgeving bij jou past.

Leer vacatures kritisch lezen.

Stel vragen tijdens sollicitatiegesprekken.

Denk na over redelijke aanpassingen.

En durf verder te kijken dan functietitels of stereotypen over autisme.

Iemand met autisme kan in veel verschillende sectoren en functies werken. De juiste job is niet noodzakelijk de job waarin je het minste last hebt van je autisme. Het is eerder een job waarin je kwaliteiten tot hun recht komen en de werkomgeving voldoende aansluit bij wat jij nodig hebt om duurzaam te functioneren.


De belangrijkste vraag is daarom niet:

“Welke job is geschikt voor iemand met autisme?”

Maar:

“Welke combinatie van taken, werkomgeving, communicatie, structuur, prikkels, sociale contacten en ondersteuning zorgt ervoor dat ík goed kan functioneren?”

Dat is het vertrekpunt voor een veel betere zoektocht naar passend werk.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page